GROSPENNINGEN

Grospenningen waren kleine, kleien munten of schijfjes die pijpenmakers gebruikten voor hun administratie en loonberekening. Ze waren vooral gangbaar in Gouda, een belangrijk centrum van de kleipijpenindustrie.

Deze penningen dienden als bewijs van voltooid werk. Als een arbeider een "gros" (ongeveer 160) pijpen had gemaakt, ontving hij een grospenning die later kon worden ingewisseld voor contant geld. Ze werden ook gebruikt om de productiestappen te volgen, waarbij elke werknemer die aan een partij pijpen werkte, zijn eigen penning toevoegde. Dit systeem maakte de controle op de productie en het bijhouden van lonen efficiënter.

Grospenningen waren gemaakt van pijpaarde en vaak voorzien van een uniek teken, afdruk of nummer om ze herkenbaar te maken. Ze werden na kort gebruik weggegooid. Daarom vind je deze objecten voornamelijk in de grond van voormalige pijpenmakerijen en hun directe omgeving, vooral in historische productieplaatsen zoals Gouda.

7
ZEELANDIA
Wapen van Utrecht

D-6179
25 CENTS 1849

D-6180
1/2 CENT 1877

D-515
IDI
Man in de kan

D-3232
IDI
Man in de kan

D-518
DHIP monogram

D-1459

STAD UTRECHT 1762

Zweedse Øre

D-2144

STAD UTRECHT
1761
Wapen van Utrecht

D-3889
 GELRIAE 1764
Wapen van Zeeland "LUCTOR ET EMERGO


Grospenningen were small tokens or discs used by pipe makers for administrative purposes and wage calculation. They were especially common in Gouda, a major center of the clay pipe industry.

These tokens served as proof of completed work. When a worker had produced a "gros" (approximately 160) pipes, they would receive a grospenning, which could later be exchanged for cash. They were also used to track the stages of production, with each worker involved in a batch of pipes adding their own token. This system made it easier to monitor production and keep accurate records of wages.

Grospenningen were made of pipe clay and often bore a unique mark, stamp, or number to make them identifiable. After a short period of use, they were discarded. As a result, these tokens are mostly found in the ground at former pipe-making sites and their immediate surroundings, especially in historic production centers like Gouda.


Ref.