| ZWOLLE | 17e EEUW | 18e EEUW | MERKEN PIJPENMAKERS |
Kleipijpenproductie in Zwolle: Een Lokaal Ambacht met Direct Herkenbare Uitstraling
De Zwolse kleipijpenproductie was van de 17e tot en met de eerste helft van de 18e eeuw een lokale, ambachtelijke nijverheid. Pijpenmakers zoals Frans, Jacobus en Adolf van der Veen, en Baltus Kroon en Hendrik Potters, vervaardigden voornamelijk eenvoudige, functionele pijpjes voor de gewone man.
Hoewel ze de kwaliteit van Goudse pijpen niet evenaarden, probeerden deze makers hun pijpen aantrekkelijker te maken met versieringen. Ze gebruikten populaire 18e-eeuwse motieven zoals het zittende vissertje, Fortuin, en de Drie Vissen gekroond (vaak samen met hun initialen). Daarnaast voegden ze specifieke lokale kenmerken toe, zoals de iconische Peperbus (de toren van de Grote Kerk van Zwolle), het Wapen van Zwolle, en het Wapen van Kampen.
Het is echter vooral de simpele uitstraling en productiewijze – waarschijnlijk door de specifieke mallen en technieken – die de gevonden pijpen direct herkenbaar maakt als Zwols en daardoor bijzonder aantrekkelijk.
Deze pijpen hadden een regionale afzetmarkt en worden lokaal het meest gevonden. De productie nam al snel af in de tweede helft van de 18e eeuw en stopte zelfs, in schril contrast met het langer doorgaande, grootschalige productiecentrum Gouda.

Zicht op Zwolle
Literatuur waarin het Productiecentra Zwolle beschreven wordt zijn:
A. Carmiggelt (1988) De kleipijp als bodemvondst hoofdstuk Zwolle
Jan van Oostveen (2006) Kleipijpen gedateerd voor 1800, gevonden te Zwolle PKN Nr. 111
Jan van Oostveen en Ruud Stam (2011) Productiecentra van Nederlandse kleipijpen hoofdstuk Zwolle