Beschrijvingssystematiek

1a. FM (lade61FM33)
1b. Uit de antiekhandel
2a. Dubbelconisch vroeg model
2b. -
2c. -/-
2d. Ingedrukt merk (intaglio) IP gescheiden door een boompje (Tabaksplant)
2e. Geglaasd
2f. Gebotterd
2g. Radering rondom bij de ketelrand
2h. -
3a. -
3b. -
3c. -
4. ca. 1634 - 1650
5. Utrecht
6. Price John
7. [1. Blz. 98 Afb. 27 tem 35] [2. Blz. 170 Afb. 258] [3. Blz. 27 Afb.1]

Literatuur:

[1] P.K. Smiesing en J.P. Brinkerink (1988) Onder de rook van Utrecht 

[2] Jan van Oostveen en Ruud Stam (2011) Productiecentra van Nederlandse kleipijpen

[3] P.K. Smiesing "UTRECHTSE PIJPENINDUSTRIE IN DE LAUWERECHT"


De vroegste archiefvermelding van pijpenmakers in Utrecht is 1671. In Utrecht zijn echter pijpjes gevonden die dateren uit het tweede kwart van de 17e eeuw, dus uit een eerdere periode. Deze pijpen zijn waarschijnlijk gemaakt door Engelse pijpenmakers die, net als in andere Nederlandse steden, naar hier kwamen vanwege politieke en religieuze onrust in hun thuisland om hier hun ambacht uit te oefenen.