

1a. FM (lade61FM43)
1b. Uit de antiekhandel
2a. Dubbelconisch
2b. -
2c. -/-
2d. CG met ster in parelring
2e. Geglaasd
2f. Gebotterd
2g. Radering rondom bij de ketelrand
2h. -
3a. -
3b. -
3c. -
4. 1635 - 1655
5. Utrecht
6. Onbekend
7. [1. Blz. 165 Afb. 21] [2. Blz. 100 Afb. 50 tem 54]
Literatuur:
[1] P.K. Smiesing "De kleipijp als bodemvondst Hoofdstuk Utrecht"
[2] P.K. Smiesing en J.P. Brinkerink "Onder de rook van Utrecht"
De vroegste archiefvermelding van pijpenmakers in Utrecht is 1671. In Utrecht zijn echter pijpjes gevonden die dateren uit het tweede kwart van de 17e eeuw, dus uit een eerdere periode. Deze pijpen zijn waarschijnlijk gemaakt door Engelse pijpenmakers die, net als in andere Nederlandse steden, naar hier kwamen vanwege politieke en religieuze onrust in hun thuisland om hier hun ambacht uit te oefenen.