Waarom staat Rotterdam op deze pijpen?
De vermelding Rotterdam op pijpen van Frans Simon Sparnaaij betekent niet dat zij daar zijn vervaardigd. Alle bekende exemplaren zijn geproduceerd in de pijpenfabriek te Gouda. De plaatsnaam verwijst naar de Rotterdamse handelsvestiging van Sparnaaij, van waaruit zijn producten werden verhandeld en geëxporteerd.
Frans Simon Sparnaaij was bovendien veel meer dan alleen pijpenfabrikant. Hij ontwikkelde zich tot een veelzijdig ondernemer die naast zijn Goudse pijpenfabriek actief was in de handel, de export en de scheepvaart. Om zijn internationale afzet te bevorderen vestigde hij in 1852 een handelskantoor in Rotterdam, destijds de belangrijkste Nederlandse zeehaven. Vanuit deze vestiging werden zijn producten wereldwijd verscheept en trad de firma tevens op als reder en scheepsmanager.
De ontwikkeling van de onderneming is goed af te lezen aan twee nauw verwante pijpen. Het oudste bekende exemplaar draagt het opschrift A & FS SPARNAAY / IN GOUDA HOLLAND en het jaartal 1852. De afkorting A & FS staat voor Adrianus en Frans Simon Sparnaaij. Een latere uitvoering van hetzelfde model draagt het opschrift FS SPARNAAY & SON / IN ROTTERDAM. Hoewel beide pijpen duidelijk op hetzelfde ontwerp zijn gebaseerd, zijn zij niet uit dezelfde persvorm vervaardigd. Zo is de arcering van de achtergrond verschillend uitgevoerd: bij het oudere exemplaar zijn de cirkelvormige stempeltjes kleiner dan bij de Rotterdamse uitvoering. Dit wijst erop dat voor de latere pijp een nieuwe of opnieuw gesneden persvorm is vervaardigd, waarbij tevens het opschrift werd aangepast aan de handelsnaam en de Rotterdamse vestiging.
A & FS . SPARNAAY / IN GOUDA . HOLLAND
1852
FS . SPARNAAY & SON / IN ROTTERDAM
1853
Opmerkelijk is dat de firmanaam F.S. Sparnaaij & Zoon reeds in 1853 voorkomt in Rotterdamse kranten als directie van de bark Klazina en het in aanbouw zijnde schip Per Aspera ad Astra. Dit is bijna dertig jaar vóór de datum waarop de Goudse pijpenfabriek volgens de literatuur als Firma F.S. Sparnaaij & Zoon zou zijn voortgezet. Daarbij komt dat de oudste zonen van Frans Simon Sparnaaij in 1853 nog slechts vijf en vier jaar oud waren. Het is daarom uitgesloten dat zij toen als compagnon in de onderneming optraden. De toevoeging "& Zoon" moet in deze vroege periode dan ook worden opgevat als de naam van de Rotterdamse handelsfirma en niet als een aanduiding dat een zoon reeds medeondernemer was.
De pijpen met het opschrift FS SPARNAAY & SON / IN ROTTERDAM moeten daarom worden beschouwd als exportpijpen die waren bestemd voor de Rotterdamse handelsfirma. Zij illustreren niet alleen de internationale handelsactiviteiten van Frans Simon Sparnaaij, maar tonen tevens aan dat de firmanaam F.S. Sparnaaij & Zoon in Rotterdam al vanaf 1853 in gebruik was. De veelgenoemde datum van omstreeks 1880 heeft vermoedelijk uitsluitend betrekking op de administratieve naamswijziging van de Goudse pijpenfabriek, toen een zoon daadwerkelijk in het familiebedrijf toetrad.
De schepen die de Rederij F.S. Sparnaay & Zn op hun naam hadden staan zijn: