Als het misging in de pottenbakkersoven
Een pijp maken was één ding. Er een goede pijp van maken was iets anders.
Nadat de pijpenmaker de pijpen uit pijpaarde had gevormd, moesten ze eerst zorgvuldig drogen. Daarna kwam een belangrijk onderdeel van het productieproces: het bakken. Dat gebeurde in Gouda in samenwerking met pottenbakkers. De pijpenmaker bracht zijn gevulde pijpenpot naar de pottenbakker, die deze in zijn oven plaatste en tegelijk zijn eigen aardewerk bakte.
Daarmee gaf de pijpenmaker een belangrijk deel van het proces uit handen.
De pijpenpot
Voor het bakken werden de ongebakken pijpen met de kop naar beneden in een hoge aardewerken pijpenpot geplaatst. Vervolgens werd de pot gevuld met schrobbeles: gruis van vermalen pijpen en ander eerder gebruikt productieafval.
De schrobbeles had een belangrijke functie. Het vulmateriaal hielp de warmte in de pijpenpot gelijkmatig te verdelen en verkleinde de kans dat de lange, dunne pijpenstelen tijdens het bakken zouden kromtrekken.
De gevulde pijpenpot werd vervolgens aan de pottenbakker afgeleverd. De pijpenpotten werden onderin de oven geplaatst. Daarboven werd de oven gevuld met het aardewerk van de pottenbakker, waaronder aardewerk dat met loodglazuur was afgewerkt.
Vanaf dat moment was het vooral afwachten wat de oven zou doen.
Pijpenpot en Schrobbeles
Het vuur doet zijn werk
Tijdens het stoken werd de oven steeds heter. De pijpaarde van de pijpen veranderde in hard aardewerk en het loodglazuur op het aardewerk van de pottenbakker begon te smelten. Normaal gesproken hoorde het glazuur op het aardewerk te blijven zitten.
Pijpjes en schrobbeles die door het loodglazuur aan elkaar zijn vastgekit.
Maar wanneer het glazuur tijdens het stoken ging lopen, kon het op de afdekking van een pijpenpot terechtkomen. In zeldzame gevallen drong het vloeibare glazuur toch de pijpenpot binnen. Dan kon het mis gaan !
Het hete glazuur liep tussen de pijpen en de schrobbeles door. Tijdens het afkoelen stolde het glazuur en kon het de pijpen onderling en aan het schrobbeles vastbakken.
Pijpen die vóór het bakken zorgvuldig van elkaar waren gescheiden, kwamen nu als één geheel uit de oven.
Soms zaten meerdere pijpenkoppen aan elkaar vast. Soms waren ook de pijpenstelen erbij betrokken. En soms zat het schrobbeles zelf met het gestolde loodglazuur aan de pijpen vast.
Pijpen en stelen waarop tijdens het bakken loodglazuur is gedropen.
Van een partij goede pijpen naar een misbaksel
Pas nadat de oven volledig was afgekoeld, kon de pijpenmaker zien wat het resultaat was.
In plaats van een partij losse, bruikbare pijpen kon er een harde klomp uit de pijpenpot komen: een misbaksel van pijpen, schrobbeles en gestold loodglazuur.
Van zulke misbaksels zijn daadwerkelijk voorbeelden bewaard gebleven. Een exemplaar in de collectie van het Amsterdam Pipe Museum bestaat uit pijpenkoppen en pijpenstelen die samen met hun schrobbeles door loodglazuur zijn vastgebakken.
Voor de pijpenmaker betekende zo'n misbaksel natuurlijk verlies van werk en materiaal. Voor ons zijn deze ongelukken juist bijzonder waardevol. Ze laten zien hoe het bakken van kleipijpen in de praktijk verliep en welke risico's aan dit deel van het productieproces verbonden waren.
Bronnen: Amsterdam Pipe Museum, informatie over Goudse kleipijpen, pijpenpotten, schrobbeles en misbaksels.
Aanvullend onderzoek naar historische Goudse pijpenproductie.