Aad Kleijweg

Op een akkertje in de omgeving van Gouda zijn twee uitzonderlijk bijzondere pijpenkopjes gevonden. Beide kopjes zijn op een manier bewerkt die in die tijd ongebruikelijk was. Deze bewerkingen komen zo zeldzaam voor dat ik het de moeite waard vond om ze in dit artikeltje onder de aandacht te brengen..

De pijpenkop op afbeelding 1 is een klein, vroeg model dat ongeveer te dateren is op 1620-1630. Het hielmerk toont een Tudorroos met daarboven de initialen LF en een sterretje links en rechts daarvan. De pijpenmaker en productieplaats zijn vooralsnog onbekend. De reden waarom de pijpenmaker het kopje rondom met radeerbanden heeft versierd, blijft een raadsel. Misschien was het een eerste poging van deze maker om een pijpje te versieren. Je zou ook kunnen denken dat hij een bijzonder goed weekend had gehad en een leuk meisje had ontmoet, waardoor hij op maandag enthousiast weer aan het werk ging. Maar alle gekheid op een stokje: we zullen er waarschijnlijk nooit achter komen.

De pijpenkop op afbeelding 2 is op het zelfde akkertje gevonden, maar is later te dateren. Het is een Jonaspijpje met het hielmerk CIB de initialen van de Goudse pijpenmaker Claes Jansz Bos. De pijpenmaker heeft bij dit pijpje wel een heel rare handeling gepleegd. Hij heeft met een naald of een ander puntig voorwerp neusgaten aangebracht bij dit Jonaspijpje. De neusgaten zijn door en door wat aan de binnenzijde van de ketel is te zien. Of dit pijpje nog lekker zal roken betwijfel ik. Dit exemplaar is in ieder geval niet uit gerookt. Ook deze handeling zal wel als een grapje van de pijpenmaker beschouwd kunnen worden.

Two exceptionally unusual pipe bowls were discovered on a small field in the vicinity of Gouda. Both had been deliberately modified in ways that were highly uncommon at the time. Such modifications are exceedingly rare, and I therefore felt that these two remarkable finds deserved to be brought to wider attention in this article.

The pipe bowl shown in Figure 1 is a small, early type, dating approximately to 1620–1630. The heel mark depicts a Tudor rose, surmounted by the initials LF, with a small star on either side. The pipe maker and place of manufacture are as yet unknown.

The reason why the pipe maker decorated the entire bowl with bands of rouletting remains a mystery. Perhaps this was the maker’s first attempt at decorating a pipe. One might even imagine that he had enjoyed an exceptionally good weekend and met a charming young woman, returning to work on Monday full of enthusiasm. But, jokes aside, we will probably never know the real reason.

The pipe bowl shown in Figure 2 was found on the same small field, but dates from a later period. It is a small Jonas-type pipe bearing the heel mark CIB, the initials of the Gouda pipe maker Claes Jansz Bos.

In this case, the pipe maker performed a particularly unusual operation. Using a needle or another sharp-pointed implement, he pierced a pair of nostrils into the bowl of the Jonas pipe. The holes go right through the bowl, as can be seen from the inside of the chamber. I rather doubt whether this pipe would have smoked very well. In any case, this particular example does not appear to have been smoked.

Here too, this unusual modification may simply have been intended as a joke on the part of the pipe maker.