Len Rust, circa 1973 – circa 1980

In Wattisfield, een plaatsje in het Engelse Suffolk, woonde Len Rust. Hij had zijn hele leven in de plaatselijke pottenbakkerij gewerkt, waar hij zich bezighield met het steken van klei, het gieten van plateel en het bakken van aardewerk.

Na zijn pensionering begon hij met het maken van pijpen. Waarschijnlijk was hij toen ongeveer 65 jaar oud. Hij maakte zijn eerste pijpen vermoedelijk omstreeks 1973. In de zomer van 1979, toen hij 71 jaar was, was hij nog actief als pijpenmaker. Hoelang hij daarna is doorgegaan, is niet bekend.

Rust vervaardigde zijn pijpen op een ongebruikelijke manier. In tegenstelling tot de gebruikelijke werkwijze gebruikte hij geen mallen, maar vormde hij de pijpen met de hand. Als stomper gebruikte hij een stuk hout, waar hij de klei omheen kneedde om de pijpenkop te vormen. Voor de steel kneedde hij de klei rond een ijzeren pen, die hij ‘wire’ noemde. Lange stelen maakte hij in gedeelten.

Om de pijpen glad te maken, polijstte hij ze met staalwol. Sommige pijpen voorzag hij van versieringen, die hij met een losse ijzeren boor in de klei kraste. Op enkele exemplaren bracht hij een hoefijzermotief aan; andere merkte hij met zijn initialen LR.

De korte pijpen bakte Rust in een klein elektrisch oventje in een schuurtje bij zijn huis. De baktemperatuur bedroeg volgens Van Esveld ongeveer 1200 °C. Langere pijpen pasten niet in zijn eigen oven; die liet hij gratis bakken bij de plaatselijke pottenbakkerij.

Bron: Arthur van Esveld, ‘Een wonderlijke Engelse pijpmaker’, PKN, jaargang 2, nr. 7 (1979), pp. 4–5.

Bekijk D-5994 met reliëfversiering Hoefijzer


Len Rust, circa 1973 – circa 1980

Len Rust lived in Wattisfield, a village in Suffolk, England. He had spent his entire working life at the local pottery, where his duties included pugging clay, slip-casting earthenware and firing pottery.

After his retirement, he began making pipes, probably at around the age of 65. He is believed to have started making pipes around 1973. In the summer of 1979, when he was 71 years old, he was still actively making pipes. How long he continued afterwards is unknown.

Rust used an unusual method of pipe manufacture. Unlike most pipe makers, he did not use moulds, but shaped his pipes entirely by hand. To form the bowl, he wrapped the clay around a piece of wood, which he used as a former. For the stem, he kneaded the clay around an iron rod, which he called a wire. He finished the pipes using steel wool.

Some of his pipes were decorated with patterns scratched into the clay using a separate iron tool. These included a horseshoe motif, while some pipes were marked with his initials, ‘LR’.

Rust fired his shorter pipes in a small electric kiln in a shed beside his house. According to Van Esveld, the firing temperature was approximately 1,200°C. Longer pipes would not fit into his own kiln, so he had them fired free of charge at the local pottery.

Source: Arthur van Esveld, ‘Een wonderlijke Engelse pijpmaker’ [A Remarkable English Pipe Maker], PKN, vol. 2, no. 7 (1979), pp. 4–5.


Archief: Len Rust


Ref. 43, 51