Aad Kleijweg
In dit artikel tonen we een pijpenkopje dat gemaakt en gevonden is in Maastricht. Op dit pijpenkopje zien we twee portretten in een medaillon met parelrand. Het is een stevig, trechtervormig pijpje dat te dateren is eind 17e eeuw.
Op deze pijpenkop wordt de Tweeherigheid van Maastricht afgebeeld, een bestuursperiode die duurde van 1204 tot 1794. In 1204 kwam Maastricht onder de heerschappij van de bisschop van Luik en werd door de Duitse keizer in leen gegeven aan de hertog van Brabant.
Vanaf dat moment ontstond de Tweeherigheid van Maastricht. Toen Frederik Hendrik, stadhouder der Nederlanden, Maastricht in 1632 op de Spanjaarden veroverde, kwam het bestuur in handen van de Staten-Generaal, die vanaf dat moment de hertog van Brabant vertegenwoordigden en samen met de bisschop van Luik het bestuur voortzetten. De Tweeherigheid, ook wel aangeduid met het mooie woord "Condominium," bleef dus bestaan. Pas in 1794 kwam aan deze situatie een einde, toen Maastricht door de Fransen werd veroverd.
Er bestaat dan ook de spreuk "Eén heer, geen heer; twee heren is één heer," wat inhield dat alleen als de twee heren het eens waren, een besluit kon worden uitgevoerd.