In naam van Oranje doe open de poort
Aad Kleijweg
Op 1 april 1872 werd de 300-jarige overwinning op de Spanjaarden bij Brielle (Den Briel) herdacht. Veel Goudse pijpenmakers grepen deze gelegenheid aan om pijpen uit te brengen die aan deze historische gebeurtenis herinnerden. In dit artikel bespreek ik vier van deze pijpen. Ik belicht de overeenkomsten en verschillen en plaats ze in de chronologische volgorde van de gebeurtenissen.
Afbeelding 1: Bevrijding van Brielle door de watergeuzen
Beschrijving van de pijpenkoppen
Afbeelding 2: Een fraaie pijp in de vorm van een hoorn, met aan de linkerzijde de stadspoort van Brielle, die door de watergeuzen in brand is gestoken. Zij stonden daar te wachten om de stad binnen te kunnen trekken. Aan de rechterzijde zien we een aantal schepen van de watergeuzenvloot.
Boven op de pijp bevindt zich, tussen twee bloemconsoles, een kijkglaasje. Wanneer we de pijp tegen het licht houden, zien we hierin een minuscule prent waarop eveneens de stadspoort van Brielle in brand staat. Voor de poort bevinden zich wachtende en bewapende watergeuzen die de stad willen binnentrekken.
In de bovenrand van de voorstelling in het kijkglaasje lezen we bovendien de tekst: "OP DEN EERSTEN DAG VAN APRIL 1572 VERLOOR DUC D'ALVA ZIJN BRIL".
De tekst op de steel van de pijp luidt aan de linkerzijde: "BRIELLE 1 APRIL 1572". De tekst aan de rechterzijde is niet goed leesbaar, maar hier heeft vermoedelijk gestaan: "300 JARIG BESTAAN VAN NEERLANDS VRIJHEID".
Afbeelding 3: Dit pijpje is uitgevoerd in hetzelfde hoornmodel als dat van afbeelding 2, maar zonder kijkglaasje. Aan de linkerzijde zien we de stadspoort van Brielle, waar de triomferende watergeuzen, gewapend en met vaandels, doorheen trekken. Op de rechterzijde zien we opnieuw een aantal schepen van de watergeuzenvloot.
De tekst op de steel is niet helemaal goed leesbaar, maar komt overeen met de tekst op het pijpje van afbeelding 2.
Afbeelding 5: Dit pijpje is uitgevoerd in een ovoïde model en heeft hetzelfde thema. Aan de linkerzijde zien we de stadspoort van Brielle, waar de watergeuzen met wapens en vaandels de stad binnentrekken. Aan de rechterzijde zien we opnieuw een aantal schepen van de watergeuzenvloot op de Maas.
De tekst die op de inmiddels ontbrekende steel heeft gestaan, luidde vermoedelijk: "BRIELLE 1 APRIL 1572 / .... 3E EEUWFEEST".
Afbeelding 6: Dit pijpje is uitgevoerd in hetzelfde hoornmodel als het pijpje op afbeelding 3. Op deze pijp zien we aan de linkerzijde de stadspoort van Brielle, met rechts daarvan vaag zichtbaar wat boom- en struikgewas. De watergeuzen zijn nergens meer te bekennen.
Ook aan de rechterzijde is de geuzenvloot verdwenen. In plaats daarvan zien we een jachttafereel, met een jachthond die achter drie herten aanjaagt.
Mogelijk is de mal van deze pijp aangepast toen het oorspronkelijke onderwerp niet langer actueel was. Bij de rechterhelft, waarop de herten zijn afgebeeld, zou het echter ook kunnen dat de verkeerde malhelft is gebruikt. De tekst op deze pijp is verder niet leesbaar.
De geschiedenis
In 1568 begon de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spaanse overheersing. In die tijd verbleven de watergeuzen, die voornamelijk uit bannelingen en avonturiers bestonden, aan de monding van de Eems en in Zuid-Engeland. Daarnaast waren er nog eens circa 60.000 bannelingen die voor Alva waren gevlucht. Vanuit hun uitvalsbases maakten de watergeuzen de Noordzee en de kustplaatsen onveilig. Door plunderingen probeerden zij in hun levensonderhoud te voorzien.
Toen de watergeuzen begin 1572 ook daar niet langer welkom waren, gingen zij op zee rondzwerven en maakten zij koopvaardijschepen buit.
Viceadmiraal Blois van Treslong, zelf een banneling afkomstig uit Brielle, had ooit het plan geopperd om deze stad in te nemen. Toen de vloot door een ongunstige wind de Maasmonding werd opgedreven, leek dit plan plotseling uitvoerbaar.
De anti-Spaansgezinde veerman Jan Pieterszoon Koppestok zag op 1 april 1572, tijdens het overzetten van passagiers, de geuzenvloot liggen. Hij wilde er onmiddellijk naartoe varen, maar zijn passagiers weigerden dit heftig en lieten zich weer aan land zetten.
Vervolgens besloot de veerman in zijn eentje naar de vloot te gaan. Daar aangekomen vroeg hij naar Treslong. Deze liet Koppestok aan boord komen en stelde hem voor aan admiraal Lumey, die op dat moment met zijn manschappen in overleg was over de te volgen strategie.
De watergeuzen vroegen zich af hoeveel Spaanse soldaten er in Brielle aanwezig zouden zijn. Koppestok kon hun vertellen dat er op dat moment geen Spaans garnizoen in de stad gelegerd was.
Afbeelding 2.
Koppestok werd teruggestuurd naar het stadsbestuur om onderhandelingen tot stand te brengen. Niet iedereen zag de komst van de watergeuzen als een bevrijding zitten, omdat zij nu niet bepaald bekendstonden om hun menslievendheid.
Toen Koppestok vertelde dat de geuzenvloot maar liefst vijfduizend man sterk was, schrok het stadsbestuur behoorlijk. Niemand stond te springen om met Lumey te onderhandelen. Uiteindelijk besloten de burgemeester en zijn stadssecretaris om buiten de stadspoort in gesprek te gaan met Lumey, Treslong en enkele andere kapiteins.
Lumey had weinig zin in langdurige onderhandelingen en eiste de stad op in naam van Oranje. Het stadsbestuur kreeg twee uur de tijd om de stadspoort te openen.
In afwachting daarvan bracht Lumey 1100 van zijn manschappen voor de Noordpoort van Brielle samen. Om zoveel mogelijk indruk te maken, plaatste hij de 250 goed uitgedoste en indrukwekkende Walen vooraan. Daarachter stonden de veel eenvoudiger geklede schepelingen opgesteld.
Toen de burgemeester en zijn stadssecretaris terugkeerden binnen de stadsmuren, brak er paniek uit in de stad. Veel inwoners vluchtten met hun kostbaarheden via de Zuidpoort, om te ontkomen aan de gevreesde terreur en plunderingen.
Pas enige tijd later realiseerde Lumey zich dat hij een grote fout had gemaakt door de Zuidpoort niet te laten afzetten. De buit was inmiddels al verdwenen. Voordat de gestelde termijn verstreek, liet hij daarom de Noordpoort in brand steken (zie afbeelding 2).
Afbeelding 3.
Met behulp van een mast, die als stormram werd gebruikt, wisten de watergeuzen zich toegang te verschaffen tot de Noordpoort en trokken zij de stad binnen (zie afbeelding 3).
Ter plaatse herinnert een steen, die in de muur is ingemetseld, nog aan deze gebeurtenis. Hierop staat te lezen:
"HIER TER PLAATSE rammeiden de Watergeuzen de Brielsche Noordpoort op Dinsdag 1 APRIL 1572 des avonds ongeveer half negen".
Afbeelding 4: Admiraal Lumey leider van de Watergeuzen
Op bevel van admiraal Lumey trok viceadmiraal Blois van Treslong met het 250 man tellende huurlingenleger, bestaande uit goed uitgedoste en indrukwekkende Walen, in de richting van de Zuidpoort. De meeste Spaansgezinden, geestelijken en rijkere inwoners waren toen al gevlucht, omdat zij niet zonder reden vreesden te worden geplunderd en vermoord.
Op de pijpenkop (zie afbeelding 5) is goed te zien hoe de duidelijk beter uitgedoste Walen van het huurlingenleger de Zuidpoort van Brielle binnentrekken.
Afbeelding 5:
Toen de watergeuzen zowel via de Noordpoort als via de Zuidpoort de stad binnentrokken, namen zij Brielle in. De Spaanse vlag werd neergehaald en de prinsenvlag van Oranje gehesen. Brielle was de eerste stad die van de Spaanse overheersing werd bevrijd. Later volgden nog vele andere steden.
Wanneer de vrede uiteindelijk is teruggekeerd, zien we de Noordpoort er weer vredig bij liggen. Ook kunnen de rijkere edelen zich weer bezighouden met hun geliefde jachtpartijen met honden, zoals we op de keerzijde van het pijpje kunnen zien (zie afbeelding 6).
Afbeelding 6.
The Relief of Brielle in 1572, Commemorated on Gouda Clay Pipes
On 1 April 1872, the 300th anniversary of the victory over the Spanish at Brielle (Den Briel) was commemorated. Many Gouda pipe makers seized this occasion to produce pipes commemorating this historic event. In this article, I examine four of these pipes, highlighting their similarities and differences and placing them in the chronological order of the events they depict.
Description of the pipe bowls
Figure 2: A fine pipe in the shape of a horn, featuring the town gate of Brielle on the left-hand side, which has been set on fire by the Sea Beggars (Watergeuzen). They are waiting outside the gate, hoping to gain access to the town. On the right-hand side, we see a number of ships belonging to the Sea Beggars' fleet.
At the top of the pipe, between two floral ornaments, there is a small viewing window. When the pipe is held up to the light, a miniature print becomes visible. This also depicts the town gate of Brielle on fire, with armed Sea Beggars waiting outside, ready to enter the town.
Along the upper edge of the miniature illustration, we can also read the following inscription:
"OP DEN EERSTEN DAG VAN APRIL 1572 VERLOOR DUC D'ALVA ZIJN BRIL".
Translated: "On the first day of April 1572, the Duke of Alva lost his spectacles."
The inscription on the stem reads on the left-hand side: "BRIELLE 1 APRIL 1572". The text on the right-hand side is not entirely legible, but most likely read: "300 JARIG BESTAAN VAN NEERLANDS VRIJHEID" (300th anniversary of the existence of Dutch freedom).
Figure 3: This pipe is made in the same horn-shaped model as the one shown in Figure 2, but without the viewing window. On the left-hand side, we see the town gate of Brielle, through which the triumphant Sea Beggars are entering, armed and carrying banners. On the reverse side, we again see several ships belonging to the Sea Beggars' fleet.
The inscription on the stem is not entirely legible, but it is the same as that on the pipe shown in Figure 2.
Figure 5: This pipe is made in an ovoid shape and depicts the same historical theme. On the left-hand side, we see the town gate of Brielle, through which the Sea Beggars are entering with weapons and banners. On the right-hand side, we again see several ships belonging to the Sea Beggars' fleet on the River Maas.
The inscription that was originally present on the now-missing stem most likely read:
"BRIELLE 1 APRIL 1572 / .... 3E EEUWFEEST".
Figure 6: This pipe is made in the same horn-shaped model as the pipe shown in Figure 3. On the left-hand side, we see the town gate of Brielle, with some faintly visible trees and bushes to its right. The Sea Beggars have disappeared entirely.
The fleet has also disappeared from the right-hand side. Instead, we see a hunting scene depicting a hunting dog chasing three deer.
It is possible that the mould was modified once the original subject was no longer topical. However, it is also conceivable that the wrong half of the mould was used for the right-hand side, depicting the deer. The inscription on this pipe is no longer legible.
The historical background
In 1568, the Eighty Years' War against Spanish domination began. At that time, the Sea Beggars, consisting mainly of exiles and adventurers, were based near the mouth of the River Ems and in southern England. In addition, there were approximately 60,000 exiles who had fled from the Duke of Alva's persecution.
From these bases, the Sea Beggars made the North Sea and its coastal settlements unsafe, supporting themselves through plundering and raids.
When the Sea Beggars were no longer welcome in these places in early 1572, they began roaming the seas and seizing merchant ships.
Vice-Admiral Blois van Treslong, himself an exile from Brielle, had previously proposed the idea of capturing the town. When an unfavourable wind drove the fleet towards the mouth of the River Maas, this plan suddenly became feasible.
On 1 April 1572, the anti-Spanish ferryman Jan Pieterszoon Koppestok spotted the Sea Beggars' fleet while transporting passengers. He immediately wanted to sail towards it, but his passengers strongly objected and insisted on being taken back ashore.
Koppestok then decided to approach the fleet alone. Upon arrival, he asked for Treslong, who allowed him aboard and introduced him to Admiral Lumey. At that moment, Lumey and his captains were discussing which strategy to follow.
The Sea Beggars wanted to know how many Spanish soldiers were stationed in Brielle. Koppestok informed them that there was no Spanish garrison in the town at that time.
Koppestok was then sent back to the town council to arrange negotiations. Not everyone welcomed the arrival of the Sea Beggars as a liberation, since they were hardly known for their compassion or humane treatment of others.
When Koppestok reported that the fleet consisted of as many as five thousand men, the town council became extremely alarmed. Nobody was particularly keen to negotiate with Lumey. Eventually, the mayor and the town secretary agreed to meet Lumey, Treslong and several other captains outside the town gate.
Lumey had little patience for lengthy negotiations and claimed the town in the name of William of Orange. The town authorities were given two hours to open the town gate.
In the meantime, Lumey assembled 1,100 of his men in front of the North Gate of Brielle. To make the strongest possible impression, he placed 250 well-dressed and imposing Walloon mercenaries at the front. Behind them stood the much more simply dressed sailors.
When the mayor and the town secretary returned within the town walls, panic broke out. Many inhabitants fled through the South Gate, taking their valuables with them in an attempt to escape the anticipated violence and looting.
Only some time later did Lumey realise that he had made a serious mistake by failing to secure the South Gate. By then, the potential spoils had already escaped. Before the two-hour deadline expired, he ordered the North Gate to be set on fire (see Figure 2).
Using a ship's mast as a battering ram, the Sea Beggars managed to force their way through the North Gate and enter the town (see Figure 3).
A commemorative stone, built into the wall at the site, still recalls this event. The inscription reads:
"HIER TER PLAATSE rammeiden de Watergeuzen de Brielsche Noordpoort op Dinsdag 1 APRIL 1572 des avonds ongeveer half negen".
Translated: "At this very spot, the Sea Beggars rammed open the North Gate of Brielle on Tuesday, 1 April 1572, at approximately half past eight in the evening."
On the orders of Admiral Lumey, Vice-Admiral Blois van Treslong then advanced towards the South Gate with the 250-man mercenary force, consisting of well-dressed and impressive Walloon soldiers.
By this time, most of the Spanish sympathisers, clergy and wealthier inhabitants had already fled. Their fears were not unfounded, as they had every reason to expect looting and murder.
The pipe bowl shown in Figure 5 clearly depicts the better-dressed Walloon mercenaries entering Brielle through the South Gate.
Once the Sea Beggars had entered the town through both the North and South Gates, they took control of Brielle. The Spanish flag was lowered and the flag of the Prince of Orange was raised.
Brielle became the first town to be liberated from Spanish rule. Many other towns would follow in the years that came.
Eventually, when peace had returned, we see the North Gate lying peacefully once again. The wealthier members of the nobility could also resume their favourite pastime: hunting with dogs. This hunting scene is depicted on the reverse side of the pipe shown in Figure 6.